WEA

01. Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren (TOGS)

Aanvragen kunnen door ondernemers worden ingediend via rvo.nl/tegemoetkomingcorona van vrijdag 27 maart 2020 tot en met vrijdag 26 juni 2020. De onderneming moet gevestigd zijn in Nederland en de hoofdactiviteit moet blijken uit de inschrijving van peildatum 15 maart 2020 in het handelsregister. De uitbetaling van de gift vindt zo snel als mogelijk plaats nadat de aanvraag is ingediend. 

 

Ondernemers in onderstaande sectoren kunnen aanspraak maken. Het gaat om ondernemers die door de maatregelen van het kabinet om het coronavirus te bestrijden directe gevolgen ondervinden.  Een gedetailleerd overzicht van sectoren is beschikbaar. (voor een gedetailleerd overzicht zie publicatie in Staatscourant). De lijst met branches en sectoren wordt maandag 30 maart geactualiseerd:

Eet- en drinkgelegenheden: o.a. restaurants, cafetaria, eventcatering, cafés

Haar- en schoonheidsverzorging: o.a. kappers, pedicures, visagisten

Evenementenlocaties en organisatoren

Sauna’s, solaria, zwembaden, fitnesscentra, sportclubs en sportevenementen

Bepaalde private culturele instellingen, zoals musea, circussen, theaters, schouwburgen, bioscopen en instellingen voor cultureel onderwijs

Rijschoolhouders

De reisbranche, zoals reisbemiddelingsbureaus en reisorganisatoren

Casino’s

 

Het gaat hierbij om ondernemingen die zijn gevestigd buiten de woning. De enige uitzondering vormen eet- en drinkgelegenheden, bijvoorbeeld een café waar de eigenaar, huurder of pachter boven woont. 

 

Het kabinet heeft op 7 april besloten om de TOGS-regeling nogmaals aan te vullen. Er is sprake van een forse uitbreiding van de SBI codes. Voor deze nieuwe codes is het per 15 april mogelijk om  aan te vragen.

https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/tegemoetkoming-schade-covid-19/vastgestelde-sbi-codes#block-agnl-kvk-api-kvk-block

Het kabinet heeft op 7 april besloten om de TOGS-regeling nogmaals aan te vullen. Komt de hoofdactiviteit van uw bedrijf overeen met een van de toegevoegde SBI-codes? Dan kunt u vanaf 15 april 2020 de tegemoetkoming aanvragen. 

1. De hoofdactiviteit van uw onderneming, zoals die in het Handelsregister van KVK is opgenomen, moet overeenkomen met één van de hoofdactiviteiten die zijn opgenomen in de beleidsregel.
2. Uw onderneming mag geen fysieke vestiging hebben op een woonadres. Hiervan uitgezonderd zijn kroeg en restaurant eigenaren die een horecagelegenheid huren, pachten of in eigendom hebben.  
3. U verwacht dat uw onderneming in de periode van 16 maart 2020 (dag na aankondiging van eerste noodmaatregel) tot en met 15 juni 2020 een omzetverlies van tenminste €4.000 zal lijden. 
4. U heeft minstens €4.000 aan vaste lasten in de periode van 16 maart 2020 (dag na aankondiging van eerste noodmaatregel) tot en met 15 juni 2020.
5. Uw onderneming heeft maximaal 250 medewerkers in dienst.
6. Uw onderneming moet zijn opgericht en ingeschreven bij KVK op peildatum 15 maart 2020.
7. Uw onderneming is geen overheidsbedrijf.
8. Uw onderneming is niet failliet. 
9. Uw onderneming heeft geen verzoek tot verlening van surseance van betaling ingediend bij de rechtbank.

De aangewezen sectoren hebben te maken met gedwongen sluiting van eet- en drinkgelegenheden en evenementen, het verbod op contactberoepen op het gebied van uiterlijke verzorging en annuleringen in de reisbranche vanwege het ‘alleen-noodzakelijke reizen’ advies voor Nederlanders. Komt u niet in aanmerking dan heeft het kabinet andere maatregelen, opgesteld in het Noodpakket economie en banen. Nederlandse ondernemers kunnen vanwege de economische gevolgen van corona een aanvraag doen om in aanmerking te komen voor uitzonderlijke financiële steun van het kabinet via de tijdelijke regeling tegemoetkoming loonkosten (NOW) of extra ondersteuning voor zzp’ers. Ook kunnen bedrijven een beroep doen op de diverse belastingmaatregelen en verruimde mogelijkheden voor overbruggingskredieten. Kijk hier voor een overzicht van alle regelingen.

Ik heb mijn zaak (verplicht) moeten sluiten als gevolg van corona. Maar ik krijg de melding dat ik op basis van mijn SBI niet in aanmerking kom. Waar kan ik me melden als ik van mening ben dat mijn bedrijf wel in aanmerking komt en onder de door de overheid geselecteerde branches zou moeten vallen. 

Als je een onderneming inschrijft bij KVK, krijg je een SBI-code (standaard bedrijfsindeling). Deze code vertelt iets over de economische activiteit van jouw bedrijf. Andere bedrijven gebruiken deze informatie, bijvoorbeeld om klanten te zoeken. De overheid gebruikt de SBI-codes om beleid te maken. Het is aan ondernemers zelf om de SBI-code te wijzigen bij KVK als de SBI-code onjuist is, of als uw bedrijfsactiviteiten veranderen. Iedereen die voor 15 maart ingeschreven stond in het handelsregister, valt onder de SBI code die er toen stond. Wij zijn bekend met de signalen dat bedrijven menen wel in aanmerking te komen voor de regeling. RVO inventariseert en geeft deze signalen door aan ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Deze regeling staat nog open tot 26 juni waardoor alle aspecten van de regeling continu in de gaten worden gehouden. Dit is niet noodzakelijkerwijs het laatste wat we zeggen over deze regeling. Kijk ook of uw onderneming in aanmerking komt op een van de andere regelingen uit het pakket.

Ondernemers die recht hebben op de TOGS-regeling, maar zien dat zij geregistreerd staan onder een andere zogenoemde SBI-codes in het Handelsregister kunnen dit melden bij uitvoeringsorganisatie RVO.nl. Per geval zal naar de registratie bekeken worden. 

 

Het is niet de enige regeling in het noodpakket. Kritiek en zorgen nemen we serieus. Deze regeling staat nog open tot 26 juni waardoor we continu alle aspecten van de regeling in de gaten kunnen houden. Dit is niet noodzakelijkerwijs het laatste wat we zeggen over deze regeling. Kijk ondertussen ook of uw onderneming in aanmerking komt op een van de andere regelingen uit het pakket. Het kabinet heeft het Noodpakket economie en banen opgesteld. Nederlandse ondernemers kunnen vanwege de economische gevolgen van corona een aanvraag doen om in aanmerking te komen voor uitzonderlijke financiële steun van het kabinet via de tijdelijke regeling tegemoetkoming loonkosten (NOW) of extra ondersteuning voor zzp’ers. Ook kunnen bedrijven een beroep doen op de diverse belastingmaatregelen en verruimde mogelijkheden voor overbruggingskredieten. Kijk hier voor een overzicht van alle regelingen.

Ja, voor ZZP’ers geldt deze regeling ook als men aan alle criteria voldoet. 

 

Nee, het betreft een eenmalig forfaitair bedrag van € 4.000 voor de periode van drie maanden die als gift wordt verstrekt. De onderneming mag zelf bepalen waar het geld aan wordt besteed, maar is bedoeld voor vaste lasten. Het noodloket geldt alleen voor ondernemingen die qua type en sector in ieder geval aan bovengenoemde voorwaarden voldoen. Als achteraf blijkt dat u niet aan de voorwaarden voldoet, kan terugbetaling wel van toepassing zijn.

 

02. Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo)

Door de maatregelen van het Rijk om de verspreiding van het corona-virus te beteugelen derven veel zelfstandigen, zoals in de culturele sector en de horeca, noodgedwongen inkomsten. Het kabinet wil ook deze groep ondersteunen, zodat zij daarna hun bedrijf kunnen voortzetten. Het kabinet komt daarom met een tijdelijke voorziening voor drie maanden die zo snel mogelijk met terugwerkende kracht per 1 maart 2020 ingaat. 

 

Zelfstandige ondernemers met financiële problemen door de coronacrisis kunnen een beroep doen op deze voorziening, die uitgevoerd wordt door gemeenten. U kunt de ondersteuning met terugwerkende kracht vanaf 1 maart 2020 aanvragen in uw woon- of vestigingsplaats. Voor de volgende gebieden is dat:

Gemeente Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland: www.grdebevelanden.nl

Gemeente Middelburg, Veere, Vlissingen: www.orioniswalcheren.nl

Gemeente Hulst: www.gemeentehulst.nl

Gemeente Terneuzen: www.terneuzen.nl

Gemeente Sluis: www.gemeentesluis.nl

Voor een aanvullende uitkering voor levensonderhoud (inkomensondersteuning). De inkomensondersteuning vult het inkomen aan tot het sociaal minimum. De hoogte is afhankelijk van het inkomen en de huishoudsamenstelling maximaal ca. € 1.503,31 per maand (netto). De inkomensondersteuning wordt binnen vier weken na de aanvraag toegekend, voor een periode van maximaal drie maanden (1 maart 2020 tot 1 juni 2020). De inkomensondersteuning voor levensonderhoud wordt om niet verstrekt en hoeft dus niet te worden terugbetaald. Voor een lening voor bedrijfskapitaal tot maximaal € 10.157 om liquiditeitsproblemen op te lossen. Er bestaat een mogelijkheid om uitstel van aflossing. Het rentepercentage is lager dan nu in het BBZ geldt.

De regelgeving is formeel nog niet bekend gemaakt. Vooralsnog zijn de volgende elementen en voorwaarden van toepassing:

• geen toets op levensvatbaarheid van de onderneming

geen vermogenstoets en partnertoets

de regeling geldt alleen voor Nederlanders (en daarmee gelijkgestelden) vanaf 18 jaar tot de AOW-leeftijd, die wonen en rechtmatig verblijven in Nederland

de gevestigde zelfstandige is vóór 1 januari 2020 gestart met de onderneming en voldoet aan het urencriterium (minimaal 1.225 uur per jaar werkzaam in het eigen bedrijf of zelfstandig beroep). Als nog geen jaar gelden de onderneming gestart is, geldt moet gemiddeld minimaal 24 uur per week in of voor het bedrijf gewerkt zijn.

het bedrijf of zelfstandig beroep wordt in Nederland uitgeoefend, voldoet aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf en is ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel

 

03. NOW (Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud)

De werkgever moet er voor zorgen dat de loonsom zo veel mogelijk gelijk gehouden wordt. Er mag geen ontslagaanvragen wegens bedrijfseconomische omstandigheden aangevraagd worden(18-03 t/m 31-5). De subsidie mag alleen gebruikt worden voor het betalen van de loonkosten. Als er een OR of een personeelsvertegenwoordiging is, dan moeten deze in kennis gesteld worden dat de werkgever gebruik maakt van deze regeling. De werknemers moeten ook allemaal in kennis gesteld worden hiervan. Dit hoeft niet schriftelijk. De werkgever heeft een inzageverplichting van de administratie gedurende 5 jaar(controle door inspectie SZW en UWV). De werkgever heeft de verplichting om de loonaangiften in de periode van de subsidie te blijven indienen daar deze onderdeel zijn van de controle en definitieve vaststelling. Als er relevante wijzigingen of omstandigheden zijn, dan is er de verplichting om dit direct te melden(bijvoorbeeld ontslag van medewerkers). Overleggen accountantsverklaring; binnen 4 weken wordt bekend gemaakt of er vrijstelling voor kleine ondernemingen komt.

Als een werkgever loonkostensubsidie ingevolge de Participatiewet ontvangt, dan moet hij dit melden bij de gemeente en laten aanpassen.

De subsidie kan op grond van de volgende zaken geweigerd worden:

  • Algemene wet bestuursrecht; niet voldoen aan de gestelde voorwaarden; onjuiste gegevens verstrekken; faillissement, surséance van betaling, toepassing schuldsaneringsregeling natuurlijke personen;
  • Verwachte omzetdaling 20% onvoldoende aannemelijk gemaakt kan worden;
  • Rekeningnummer bij aanvraag niet hetzelfde als rekeningnummer is dat opgegeven is voor bij de belastingdienst; hier vindt er gegevensuitwisseling plaats tussen de belastingdienst en het UWV;
  • Aanvraag niet voldoet aan de gestelde eisen

 

Werknemers hebben recht op doorbetaling van het volledige loon. Ze hebben geen recht op een WW uitkering in de periode dat de werkgever gebruik maakt van de maatregel. Werknemers kunnen te werk worden gesteld(goed werknemerschap). Dit geldt ook voor oproepkrachten.

Ja, maar uw compensatie zal wel worden gecorrigeerd met de lagere loonkosten. U zult dan ook het deel van de compensatie wat daarop ziet, moeten terugbetalen.

 

Het uitgangspunt is vooralsnog: nee, enkel met de loonkosten over januari 2020 wordt rekening gehouden. Vooralsnog wordt er dan ook van uitgegaan dat de maximale compensatie over de periode maart tot en met mei 2020 drie maal de loonsom over januari 2020 kan zijn. Doordat veel seizoensgerelateerde bedrijven hierdoor geen compensatie kunnen ontvangen voor een (groot) deel van hun loonkosten, wordt er door brancheverenigingen volop overleg gevoerd met de overheid om wijzigingen aan te brengen in deze hoofdregel. 

In de compensatie zit een ‘standaard’ opslag verwerkt voor werkgeverslasten, pensioenpremies en opbouw van vakantietoeslag. In de compensatie zit géén bedrag opgenomen voor de feitelijke uitbetaling van de vakantietoeslag.

Nee, de regeling Werktijdverkorting is per 17 maart 2020 komen te vervallen en zal worden vervangen door de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW).

 

De regeling NOW zal de per 17 maart 2020 vervallen regeling Werktijdverkorting vervangen. De regeling NOW zal compensatie bieden aan werkgevers die een omzetverlies van minimaal 20% lijden ten gevolge van het COVID-19 virus en alle maatregelen die daarmee samenhangen. Werkgevers die een aanvraag hebben ingediend kunnen een voorschot op deze compensatie ontvangen. De regeling moet echter nog verder worden uitgewerkt.

 

Nee, wanneer u al Werktijdverkorting had aangevraagd, maar hierop op 17 maart 2020 nog geen beslissing was genomen, zal uw aanvraag worden beschouwd als een aanvraag NOW. U hoeft dan ook geen nieuwe aanvraag in te dienen. U heeft wel een e-mail ontvangen waarin wordt gevraagd om aanvullende informatie aan te leveren via het door het UWV daartoe beschikbaar gestelde formulier.

De aanvraag ziet op een periode van drie maanden. U kunt als ingangsdatum voor het omzetverlies kiezen voor 1 maart, 1 april of 1 mei 2020. In alle gevallen worden de loonkosten over de periode van maart tot en met mei 2020 gecompenseerd.

De NOW biedt, afhankelijk van het omzetverlies, een compensatie voor 90% van de loonkosten. Wanneer er sprake is van een omzetverlies ad 100%, is er aldus een compensatie van 90% van de loonkosten. Er zal een compensatie van 45% van de loonkosten zijn wanneer er sprake is van 50% omzetverlies. Etcetera. Wanneer er minder dan 20% omzetverlies is, kan er geen beroep worden gedaan op de NOWNa het indienen van de aanvraag zal er in eerste instantie een voorschot van 80% van de verwachte compensatie worden uitgekeerd. Achteraf zal worden vastgesteld wat het uiteindelijke omzetverlies is geweest en wat de daadwerkelijke loonkosten zijn geweest.

Bij aanvraag of in aanvulling op de aanvraag Werktijdverkorting dient een inschatting te worden gemaakt van het omzetverlies over de periode van drie maanden. Deze inschatting dient te worden afgezet tegen 25% van de netto jaaromzet 2019, óók als de omzet in de periode van drie maanden hoger zou zijn dan 25% van de netto jaaromzet over 2019. Bijvoorbeeld: in 2019 een netto jaaromzet van € 100.000,-. 25% van jaaromzet is € 25.000,-, dus enkel een beroep op de NOW wanneer in compensatieperiode een omzet wordt verwacht van € 20.000,- of minder.
Wanneer er sprake is van ‘uitgestelde’ omzetdaling, kan hiervoor een correctie worden aangevraagd. De omzet over de compensatieperiode wordt dan afgezet tegen deze € 25.000,-. Het feitelijke omzetverlies in de periode van drie maanden zal worden vastgesteld aan de hand van een accountantsverklaring.

Bij vaststelling van het voorschot wordt uitgegaan van de loonaangifte januari 2020. Met mutaties die in de loonaangifte 2020 zijn aangebracht ná 15 maart 2020 wordt geen rekening gehouden. Over lonen van werknemers die in januari 2020 nog niet in dienst waren, wordt dus geen voorschot verstrekt. Achteraf zal worden vastgesteld wat de daadwerkelijke loonkosten waren aan de hand van de loonaangiftes over de maanden maart tot en met mei 2020.

Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat medewerkers recht houden op 100% van het salaris gedurende de periode dat er NOW-compensatie wordt ontvangen. U ontvangt als werkgever maximaal 90% van de loonkosten. Minimaal 10% van de loonkosten blijven dan ook voor uw rekening.

 

Alle medewerkers waarmee u een arbeidsovereenkomst heeft. Oproepkrachten vallen dus ook onder de NOW. ZZP’ers waarmee u samenwerkt vallen niet onder de NOW; zij dienen bij de gemeente waar zij wonen, een beroep te doen op de regeling Totzo. 

 

Ja, de NOW geldt ook voor uitzendkrachten, met of zonder uitzendbeding, kan de uitzendwerkgever via de NOW een tegemoetkoming krijgen. De aanvraag moet dus worden ingediend door het uitzendbureau. Voor uitzendwerkgevers gelden dezelfde voorwaarden als voor reguliere werkgevers. Als de uitzendkracht door de opdrachtgever is ‘teruggestuurd’ en het uitzendbeding is ingeroepen, kan het uitzendbureau de uitzendkracht een tijdelijk contract voor de duur van de tegemoetkoming aanbieden. 

 

Dit is afhankelijk van de situatie. Neem contact op met uw relatiebeheerder of HR Consultant om na te gaan wat het verstandigste is in uw situatie.

 
DGA’s die sociaal verzekerd zijn vallen onder de NOW. DGA’s die niet sociaal verzekerd zijn vallen niet onder de NOW.
 

Nee, in het kader van de NOW is het niet relevant of medewerkers wel of niet aan het werk zijn. De omzetdaling is namelijk bepalend. Wanneer uw medewerkers door het verrichten van werkzaamheden echter nog wel omzet genereren, kan dit natuurlijk wel van invloed zijn op de compensatie die u uiteindelijk ontvangt. Het is dan ook verstandig om met uw relatiebeheerder af te stemmen waar u goed aan doet.

 

Vooralsnog wordt door het UWV aangegeven dat énkel het aanvragen van een ontslagvergunning op grond van bedrijfseconomische redenen kan leiden tot een korting op de compensatie en boete. Beëindiging van de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd, middels een beëindigingsovereenkomst of door het niet verlengen van een arbeidsovereenkomst brengen uw NOW-compensatie aldus niet in gevaar. Neem bij twijfel contact op met uw relatiebeheerder of één van onze HR Consultants.

Met ingang van 6 april 2020 kunnen aanvragen via het UWV worden ingediend middels het daartoe bestemde formulier. Uw relatiebeheerder stemt met u af van welke gegevens in de aanvraag zal worden uitgegaan en wat de (voorlopige) gevolgen zullen zijn.

Aanvraag is mogelijk vanaf 6 april en loopt tot 31 mei. Voor 1 juni zal er een beslissing genomen worden of de regeling nog verlengd gaat worden met 3 maanden. Het is nog niet bekend of dit ook voor nieuwe aanvragen mogelijk zal zijn.

 

04. Personeelszaken

Ja, werkgevers mogen zaken die nodig zijn voor het werk - zoals een telefoon met abonnement, internetaansluiting, printer, tablet, en laptop of computer - onbelast vergoeden. Een telefoon met abonnement en internetaansluiting moeten formeel voor minimaal 10% zakelijk worden gebruikt, zaken als een printer, laptop etc. voor minimaal 90%. Zaken die een werkgever heeft vergoed, moeten wel weer door de werknemer worden ingeleverd of overgenomen bij het eindigen van de arbeidsovereenkomst. Werkt de werknemer ook buiten de corona-crisis minimaal één dag per week vanuit huis? Dan kunt u éénmaal per vijf jaar belastingvrij een vergoeding verstrekken voor het inrichten van de werkruimte, mits aan de daarvoor gestelde voorwaarden wordt voldaan. Daarnaast heeft u de mogelijkheid om binnen de werkkostenregeling (WKR) maximaal 3% van de fiscale loonsom tot € 400.000,- (de zogeheten vrije ruimte) onbelast besteden. Boven deze € 400.000,- blijft het percentage van 1,2% gelden. Overstijgt de werkgever de vrije ruimte, dan is de werkgever over het bedrag van de overschrijding 80% eindheffing verschuldigd. Onze medewerkers helpen u graag om na te gaan van welke fiscale mogelijkheden u gebruik kunt maken.
Wanneer er geen kosten worden gemaakt, mogen de vergoedingen die hierop zien, worden stop gezet. De Belastingdienst heeft echter bepaald dat de onbelaste reiskostenvergoeding ook bij thuiswerken ‘gewoon’ mag worden doorbetaald.

Uw medewerker wordt plots geconfronteerd met het ontbreken van opvang, bijvoorbeeld ten gevolge van de sluiting van scholen en kinderopvang of ziekte van de oppas. Formeel gezien dient u uw medewerker één tot enkele dagen calamiteitenverlof toe te kennen (wanneer hier een beroep op wordt gedaan) om alsnog maatregelen te kunnen treffen met betrekking tot de opvang van kinderen. Gedurende het calamiteitenverlof heeft uw medewerker recht op doorbetaling van het volledige salaris. Wat een redelijke duur is van het calamiteitenverlof, is volledig afhankelijk van de situatie; hier zijn geen strikte regels voor. Wanneer uw medewerker na afloop van het calamiteitenverlof nog geen vervangende opvang heeft en zijn werkzaamheden niet (volledig) van huis uit kan verrichten, is het uitgangspunt dat deze tijd voor rekening van de werknemer komt. Hiertoe kunnen bijvoorbeeld overuren of vakantiedagen worden opgenomen, maar ook onbetaald verlof is een optie. Let wel: dit zijn de ‘standaard’ regelingen. Bijzondere tijden vragen soms om bijzondere oplossingen. Ga dus vooral in overleg met uw medewerker en stem de oplossing af op de persoonlijke situatie. 

 

De gehele insteek van de maatregelen van de overheid is juist om – op een veilige manier – mensen aan het werk te houden. Wanneer u aldus alle voorgeschreven veiligheidsmaatregelen in acht heeft genomen, wordt uw werknemer geacht om zijn werkzaamheden ‘gewoon’ uit te voeren. Weigert uw medewerker dit en kan hij zijn werkzaamheden niet vanuit huis uitvoeren, dan dient u na te gaan of uw bedrijfsvoering het toelaat dat uw medewerker bijvoorbeeld overuren, vakantiedagen of onbetaald verlof opneemt. Alleen dan hoeft u aan zijn verzoek tot tijdelijke staking van zijn werkzaamheden tegemoet te komen. Ook hier geldt echter: stem de oplossing of op de persoonlijke situatie van de werknemer. 

 

Nee, formeel niet. Ga, afhankelijk van de specifieke situatie, na of u al dan niet op dit verzoek wilt ingaan.

 

Nee, ook in deze bijzondere situatie kunt u medewerkers hiertoe niet verplichten.

 

Ja, dat is geen probleem, mits hij een werkgeversverklaring heeft waaruit blijkt dat hij voor zijn werk naar Nederland moet reizen. Wij kunnen u deze verklaring verstrekken.

 

Veel werkgevers zien zich geconfronteerd met uiteenlopende vragen en opmerkingen van hun medewerkers. In deze FAQ worden enkele vragen behandeld die (veelvuldig) de revue zijn gepasseerd. In alle gevallen geldt echter: houdt rekening met de persoonlijke situatie van uw medewerker, maar ook zeker met úw situatie als werkgever. U moet immers sámen door deze periode heen komen en u zult ook weer sámen moet bouwen aan een gezonde onderneming zodra de opgelegde maatregelen uit hoofde van het COVID-19 virus worden opgeheven. Het is dan ook vaak maatwerk, waarbij onze HR Consultants graag met u meedenken. Aarzel dan ook niet op contact op te nemen.

05. Uitstel belastingen

Ja, het is wel van belang dat u de aangifte vennootschapsbelasting 2019 indient. Dit dient vóór 1 juni 2020 te gebeuren. Als dit niet lukt wegens de huidige omstandigheden, dan kunt u uitstel aanvragen voor het indienen van de aangifte. U krijgt dan uitstel tot 1 september 2020. Als WEA Zeeland uw aangifte verzorgt, vragen op basis van de belastingconsulentenregeling automatisch uitstel aan tot 1 mei 2021 voor de aangifte vennootschapsbelasting 2019. Voor het niet tijdig indienen van de aangifte krijgt u wel een boete.

Ja, het is wel van belang dat u de aangifte inkomstenbelasting 2019 indient. Dit dient vóór 1 mei 2020 te gebeuren. Als dit niet lukt wegens de huidige omstandigheden, dan kunt u uitstel aanvragen voor het indienen van de aangifte. U krijgt dan uitstel tot 1 september 2020. Als WEA Zeeland uw aangifte verzorgt, vragen op basis van de belastingconsulentenregeling automatisch uitstel aan tot 1 mei 2021 voor de aangifte inkomstenbelasting 2019. 

https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/belastingaangifte/content/ik-moet-aangifte-doen-maar-ik-wil-graag-uitstel-kan-dat

Ja, het is wel van belang dat u de aangiften loonheffing en omzetbelasting indient. Voor het niet indienen van de aangiften krijgt u wel een boete.

Om de liquiditeit van ondernemers verder te ondersteunen heeft het kabinet de invorderingsrente en belastingrente verlaagd. Als een aanslag niet op tijd wordt betaald, moet normaal gesproken 4% invorderingsrente worden betaald vanaf het moment dat de betaaltermijn is verstreken. Om te faciliteren dat ondernemers gemakkelijk uitstel van betaling aanvragen heeft het kabinet de invorderingsrente vanaf 23 maart 2020 tijdelijk verlaagd van 4% naar 0,01%. Deze tariefsverlaging zal gelden voor alle belastingschulden. Belastingrente wordt gerekend als een aanslag te laat kan worden vastgesteld, bijvoorbeeld omdat de aangifte niet op tijd of niet voor het juiste bedrag wordt ingediend bij de Belastingdienst. Het tarief van de belastingrente was op 17 maart 2020 8% voor de vennootschapsbelasting en 4% voor overige belastingen. Ook de belastingrente wordt tijdelijk verlaagd naar 0,01%. Deze verlaging zal gelden voor alle belastingen waarvoor belastingrente geldt. Het kabinet zal de belastingrente zo snel mogelijk aanpassen. Daarbij geldt om uitvoeringstechnische redenen dat de tijdelijke verlaging van het percentage van de belastingrente ingaat vanaf 1 juni 2020. De enige uitzondering hierop vormt de tijdelijke verlaging van het percentage van de belastingrente in de inkomstenbelasting, die zal ingaan vanaf 1 juli 2020.

Het versoepelde uitstelbeleid geldt tot in ieder geval 19 juni 2020.

De behandeling van verzoeken om uitstel van betaling moet handmatig plaatsvinden, zodat behandeltijden kunnen oplopen indien veel verzoeken binnenkomen. Om ondernemers tegemoet te komen zal de Belastingdienst de komende tijd de verzuimboete voor het niet (tijdig) betalen achterwege laten of terugdraaien.

Mogelijk is uitstel van betaling voor drie maanden voor ondernemers nog te kort. Ondernemers kunnen ook voor een langere periode dan drie maanden uitstel aanvragen. Als de belastingschuld lager is dan € 20.000, moeten bewijsstukken worden meegestuurd waaruit blijkt dat de omzetcijfers, bestellingen of reserveringen aanzienlijk zijn gedaald ten opzichte van vorige maanden. Een verklaring van een zogenoemde derde-deskundige is niet nodig. Bij een hogere belastingschuld dan € 20.000 moet een wel een verklaring van een derde-deskundige worden overgelegd. De nadere invulling van zowel de lichte bewijslast als de verklaring derde-deskundige maakt de Belastingdienst nog bekend. Een ondernemer die langer dan drie maanden uitstel heeft verzocht, krijgt van de Belastingdienst bericht welke aanvullende gegevens daarvoor nodig zijn. Deze gegevens moet de ondernemer binnen de periode van drie maanden aanleveren.

Vanaf het moment dat de ondernemer zich meldt, wordt de invordering van zijn belastingschulden voor de genoemde belastingen direct stopgezet. Dat geldt ook voor belastingschulden die al zijn ontstaan voordat de coronacrisis uitbrak. De inhoudelijke beoordeling door de Belastingdienst van het verzoek vindt pas na drie maanden plaats. Dat betekent dat de ondernemer feitelijk meteen uitstel van betaling krijgt. Het verzoek hoeft ook maar eenmalig te worden gedaan. Het uitstel geldt voor reeds opgelegde aanslagen vanaf de dagtekening van het verzoek om uitstel van betaling en alle nog op te leggen aanslagen in de drie daaropvolgende maanden.

Het uitstel kan zowel met een online formulier als per brief worden aangevraagd. Het online formulier 'Verzoek bijzonder uitstel van betaling voor 3 maanden' staat op de website van de Belastingdienst. De toegang is beveiligd met DigiD. Ook als de onderneming een rechtspersoon is moet het DigiD (van een werknemer of fiscaal dienstverlener) gebruikt worden. Het Digid gebruikt de Belastingdienst alleen voor de toegang, het wordt verder niet opgeslagen.

Het verzoek om uitstel van betaling kan ook schriftelijk worden ingediend door een brief te sturen naar:

Belastingdienst
Postbus 100
6400 AC Heerlen

Iedere ondernemer die door de coronacrisis in financiële problemen is gekomen komt in aanmerking voor uitstel van betaling van zijn belastingschuld. Bij de loonheffing en omzetbelasting moet dus eerst niet worden betaald, vervolgens krijgt u een naheffingsaanslag. Uitstel kan worden aangevraagd nadat aangifte is gedaan en een (naheffings-)aanslag is ontvangen.

Het versoepelde uitstel geldt voor de volgende belastingen:

  • inkomstenbelasting;
  • loonbelasting;
  • vennootschapsbelasting;
  • omzetbelasting (btw);
  • kansspelbelasting;
  • assurantiebelasting;
  • verhuurderheffing;
  • milieubelastingen (EB/ODE, kolenbelasting, afvalstoffenbelasting, belasting op leidingwater);
  • accijns (minerale oliën, alcohol en tabak);
  • verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken

De dividendbelasting is expliciet uitgezonderd van het versoepelde uitstelbeleid, omdat het uitkeren van dividenden de liquiditeitspositie van bedrijven juist verzwakt. Het kabinet roept bedrijven op voorlopig geen dividenden uit te keren.

Ja, ondernemers kunnen bijzonder uitstel van betaling kunnen krijgen voor diverse belastingen. De voorwaarden voor het aanvragen van bijzonder uitstel van betaling zijn wegens de coronacrisis versoepeld.

06. Uitstel lokale belastingen

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) adviseert gemeenten als een aanslag gemeentelijke belastingen is opgelegd, uitstel van betaling te geven of een gespreide betalingsregeling treffen. Dit kan gebeuren op verzoek van individuele belastingschuldigen, maar er kan ook een beleid worden gevoerd voor bepaalde categorieën (bijvoorbeeld horecaondernemers) en voor bepaalde heffingen (bijvoorbeeld precario terrassen).

Op het gebied van de invordering en kwijtschelding van belastingen heeft de VNG als uitgangspunt dat gemeenten het Rijksbeleid volgen, tenzij de (lokale) omstandigheden een ander beleid rechtvaardigen of noodzakelijk maken. Rijksbeleid is dat iedere ondernemer die door de coronacrisis in financiële problemen is gekomen, van de Belastingdienst bijzonder uitstel van betaling van zijn belastingschuld krijgt.

Met een uitgebreid pakket aan maatregelen leveren ook de waterschappen een bijdrage om ondernemers door de coronacrisis te loodsen. Ondernemers die door de coronacrisis de waterschapbelastingen niet kunnen betalen krijgen uitstel van betaling. De meest voorkomende maatregelen van de waterschappen zijn:

 

Er wordt coulant omgegaan met verzoeken om uitstel van betaling. Ondernemers en zzp-ers die aangeven dat ze hun belastingaanslag als gevolg van de crisis niet op tijd kunnen betalen, krijgen bij de meeste waterschappen uitstel van betaling, meestal voor een periode van drie tot zes maanden.

 

Er worden soepele betalingsregelingen getroffen.

 

Veel waterschappen betalen facturen sneller, ruim voor de vervaldatum.

 

Al het beheer en onderhoud, de uitvoering van projecten en de voorbereiding van nieuwe projecten gaan zoveel mogelijk door.

07. Verlagen voorlopige aanslagen Inkomstenbelasting/Vennootschapsbelasting

Ja, dat kan. Als u een lagere winst verwacht over boekjaar 2020 door de coronacrisis kan een verzoek worden ingediend voor een verlaging van de voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. 

Dit kan via ‘mijn belastingdienst’, via ‘mijn belastingdienst zakelijk’, via het formulier ‘Verzoek of wijziging voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2020’ of via uw relatiebeheerder bij WEA Zeeland.

In principe worden alle verzoeken tot verlaging ingewilligd. Let wel op dat het gaat om een voorlopige aanslag. Als u nu uw voorlopige aanslag aanpast en aangeeft dat u de rest van het jaar geen winst meer verwacht, kan dit gevolgen hebben voor uw definitieve aanslag. U betaalt op dit moment elke maand al een deel van de belasting die u over dit jaar zou moeten betalen. De Belastingdienst verrekent dit achteraf bij de definitieve aanslag. Hebt u te veel betaald? Dan krijgt u het te veel betaalde bedrag terug. Maar hebt u te weinig betaald, of te veel teruggekregen? Dan moet u bijbetalen. Wanneer u later in het jaar weer winst maakt, kunt u het beste uw voorlopige aanslag opnieuw wijzigen. Zo voorkomt u dat u bij uw definitieve aanslag moet bijbetalen.

08. Kredieten en banken

Verlaagt rente naar 2% en verleend uitstel van aflossing. Qredits is op de Nederlandse markt uniek als verstrekker van microkredieten en heeft als stichting een ideëel doel en een aanpak die wezenlijk anders is dan reguliere banken, zoals bijzondere persoonlijke aandacht voor de ondernemers en de ontwikkeling van het business plan. Dit type ondernemingen kenmerkt zich veelal door een gebrek aan financiële reserves.

Het kabinet ondersteunt Qredits financieel met een aanvullend bedrag van maximaal € 6 miljoen. Daardoor berekent Qredits gedurende maximaal zes maanden een lagere rente van 2% en verleent Qredits uitstel van aflossingsverplichtingen.
 
Heeft u een middelgroot of groot bedrijf en heeft u krediet nodig? Met de Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) is het makkelijker om een banklening of bankgarantie te krijgen. De bank krijgt een 50% Staatsgarantie en loopt zo minder risico. U kunt met de GO-regeling minimaal € 1,5 miljoen en maximaal € 150 miljoen lenen. 
 
Wanneer komt u in aanmerking?
U komt in aanmerking als u voldoet aan de volgende criteria:
 
U heeft een (middel)grote onderneming met substantiële activiteiten in Nederland, Bonaire, Sint Eustatius of Saba.
Uw onderneming is in de kern gezond.
Uw onderneming heeft bevredigende rentabiliteits- en continuïteitsperspectieven.
U heeft alleen Fresh Money.
Uw onderneming heeft geen bovenmatige kapitaalonttrekking in de laatste 12 maanden.
U vraagt GO aan voor alleen financiering van eigen bedrijfsactiviteiten.
 
 

 

De huidige Borgstelling Landbouwregeling is tijdelijk verruimd met een BL-C luik. BL-C is bedoelt als overbruggingskrediet met staatsgarantie om klanten te ondersteunen die een tijdelijk liquiditeitstekort hebben als gevolg van de Corona Crisis. In het kort behelst de regeling:
Met BL-C kunt u een overbruggingskrediet financieren tot het maximale borgstellingskrediet per bedrijf van € 1,2 miljoen (€ 2,5 miljoen bij GL- of BL-plus lening). Heeft u die maximale ruimte van het openstaande of actuele borgstellingskrediet bijna of helemaal benut? U kunt bovenop het actuele borgstellingskrediet nog tot een maximum van € 300.000 aan BL-C-krediet financieren.
De maximale looptijd van het BL-C-krediet is 8 kwartalen.
U kunt het krediet lineair aflossen, dit mag ook ineens aan het einde van de looptijd.
Voor een starter/overnemer is de provisie 1% en bij andere bedrijven 3%.
De borgstelling is 70%. 6. U kunt het BL-C-krediet tot en met 31 maart 2021 aanvragen.
 
Voorwaarden
Uw bedrijf moet aan deze voorwaarden voldoen:
Uw bedrijf is een landbouwonderneming.
De omzet van uw bedrijf haalt u voor het grootste deel uit de primaire landbouw.
Uw bedrijf is in Nederland. De bedrijfsactiviteiten gebeuren voor het grootste deel in Nederland.
 
Primaire landbouw
De primaire landbouw is de productie van plantaardige producten en de veehouderij. De producten zijn verder niet bewerkt. Voorbeelden van landbouw zijn akkerbouw, tuinbouw en veehouderij. Visserij, visteelt en aquacultuur vallen niet onder landbouw. Hiervoor is geen borgstellingsregeling.
 
 
De huidige BMKB regeling is tijdelijk verruimd met een zogenaamde BMKB-C luik. Het verruimde BMKB krediet is bedoeld als overbruggingskrediet met een staatsgarantie om ondernemingen die door het coronavirus tijdelijk liquiditeitstekort hebben, te ondersteunen.​ U kunt het verruimde BMKB krediet vanaf maandag 16 maart 2020 tot 1 april 2021 aanvragen.​ Dit zijn de voorwaarden die de overheid stelt:
Het staatsgegarandeerde deel is maximaal EUR 1,5 miljoen.
De verhouding tussen het borgstellingskrediet en de financiering voor eigen risico van de bank is 3:1 en daarmee ruimer dan de huidige verhouding van 1:1.
De maximale looptijd is acht (8) kwartalen​.
Van de ondernemer wordt een persoonlijke borg van 10% van het te verstrekken BMKB krediet gevraagd​ U betaalt 3,9% provisie over de hoofdsom van het BMKB krediet​.
 
 

 

09. Rente en hypotheekaflossing

Consumenten die problemen hebben met de betaling van hun hypotheeklasten door de coronacrisis kunnen contact opnemen met hun bank voor een oplossing. Banken bieden daarbij maatwerk zodat voor elke klantsituatie de best passende oplossing wordt geboden. Enkele grote banken bieden een betaalpauze aan van drie maanden als de betaalproblemen daadwerkelijk zijn veroorzaakt door de coronacrisis. Vaak zijn ook geen kosten of vertragingsrente verschuldigd. Ook is het soms mogelijk slechts gedeeltelijk te betalen. Banken wijzen erop dat de achterstallige betalingen na de betaalpauze alsnog moeten worden voldaan.

 

Kredietaanbieders blijven verplicht een registratie te doen bij Stichting Bureau Krediet Registratie (BKR). Ook voor consumenten die een betaalregeling vanwege de coronacrisis met een bank of andere kredietaanbieder afspreken blijft die BKR-registratie gewoon staan. Als er al een betalingsachterstand bij BKR was gemeld, dan geven kredietaanbieders aan BKR door dat aanvullend daarop een betaalregeling is getroffen. Als er nog geen betalingsachterstand bij BKR was gemeld, dan vindt alleen een melding van de betaalregeling plaats als het een regeling betreft voor een hypotheek en deze minimaal vier maanden duurt.

 

10. Pensioen

Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen (CAP) heeft aangegeven welke mogelijkheden er zijn om de pensioenopbouw van werknemers voort te zetten gedurende een tijdelijke arbeidsduurverkorting die wordt veroorzaakt door de coronacrisis. Het CAP verwijst daarbij naar het begrip pensioengevende diensttijd van de loonbelastingwetgeving. Gedurende de periode van tijdelijke arbeidsduurverkorting wegens de coronacrisis kunnen zich met name de volgende situaties voordoen:

 

Arbeidsduurverkorting waarbij de dienstbetrekking geheel in stand blijft. In dat geval blijft er gewoon sprake van pensioengevende diensttijd. Dat hierbij sprake kan zijn van een lager pensioengevend loon hoeft geen probleem te zijn, mits sprake is van een gebruikelijke loonsverlaging. Bij een gebruikelijke loonsverlaging kan de pensioenopbouw worden voortgezet over het loon dat voorafgaande aan de arbeidsduurverkorting werd genoten.

 

Arbeidsduurverkorting waarbij de dienstbetrekking (gedeeltelijk) tijdelijk wordt beëindigd. Als de werknemer een inkomensvervangende, loongerelateerde uitkering ontvangt (bijvoorbeeld een WW-uitkering), is sprake van pensioengevende diensttijd. De pensioenopbouw mag worden voortgezet op basis van het pensioengevend loon dat voorafgaande aan de arbeidsduurverkorting werd genoten.

 

Arbeidsduurverkorting waarbij geen sprake is van onvrijwillig ontslag of geen inkomensvervangende, loongerelateerde uitkering wordt ontvangen. In dat geval kan onder voorwaarden gebruik gemaakt worden van de al bestaande mogelijkheid van vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw.

 

Bron: Belastingdienst/Centraal Aanspreekpunt Pensioenen V&A 20-004; art. 18g Wet LB 1964; art. 10a Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965; onderdeel 2.3 Verzamelbesluit pensioenen 11-12-2018, nr. 2018-28514

Formeel kan een werknemer eerder dan vijf jaar voor zijn AOW-leeftijd pensioen opnemen. Maar dan moet de werknemer bij de aanvraag van het pensioen verklaren voor het deel dat hij pensioen opneemt niet meer te gaan werken. Deze verklaring kan in de weg staan als deze werknemer gehoor wil geven aan een oproep om bij te springen tijdens de coronacrisis. Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen heeft aangegeven dat gepensioneerde zorgmedewerkers, die hun pensioen meer dan vijf jaar vóór hun AOW-leeftijd vervroegd hebben laten ingaan, nu zonder fiscale gevolgen voor hun pensioen weer aan het werk kunnen gaan. Door de uitbraak van het coronavirus wordt op zorgmedewerkers een beroep gedaan opnieuw in de zorgsector aan het werk te gaan. Het is aannemelijk dat deze gepensioneerde zorgmedewerkers op moment van vervroegde pensionering niet de intentie hadden om later weer aan het werk te gaan. De uitbraak van het coronavirus COVID-19 is een nieuw ontstane situatie en vormt de aanleiding voor het hervatten van de werkzaamheden. De Belastingdienst heeft een en ander ook afgestemd met het Pensioenfonds Zorg & Welzijn.

Werkgevers die door de coronacrisis zijn getroffen kunnen zich melden voor een mogelijke betalingsregeling bij pensioenuitvoerders. Ook is het maken van afspraken over een soepeler betalingstermijn bespreekbaar, binnen de wettelijke mogelijkheden. Daarnaast kan het invorderingsbeleid bij het innen van de premies worden versoepeld, bijvoorbeeld door geen incassobureaus in te schakelen of administratieve boetes op te leggen.

Dat hebben de Stichting van de Arbeid, de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars afgesproken. Aangegeven wordt dat de problemen per werkgever en sector verschillen. Er wordt daarom maatwerk geboden, maar de ruimte voor dat maatwerk is op dit moment nog beperkt, door wettelijke voorschriften.

 

De Stichting van de Arbeid, de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars dringen er in het overleg met het kabinet op aan dat de pensioenpremies voor zowel het werknemersdeel als het werkgeversdeel op een adequate manier worden meegenomen in de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW).

 

Bron: gezamenlijk persbericht Stichting van de Arbeid, Pensioenfederatie en Verbond van Verzekeraars 21-3-2020

 

11. Kinderopvang

Als uw kind tijdelijk niet naar de opvang gaat i.v.m. de coronacrisis, dient u uw kind niet af te melden bij de kinderopvangorganisatie. Dan behoud u uw kinderopvangplek.

 

Ja, betaal de volledige factuur van de opvang. Ouders worden gecompenseerd voor de inkomensafhankelijke eigen bijdrage die ouders betalen aan de kinderopvang als het kind niet naar de opvang gaat. De kinderopvangorganisaties kunnen rechtstreeks aan de ouders het teveel betaalde deel, dat wil zeggen het verschil tussen het factuurbedrag en de ontvangen kinderopvangtoeslag, over de periode van 16 maart t/m 6 april overmaken aan ouders. Als de situatie langer aanhoudt, dan kan deze mogelijkheid verlengd worden.

 

Nee, u hoeft niets te wijzigen. Dan blijft u recht houden op kinderopvangtoeslag. Als uw inkomen wijzigt moet u dat wel doorgeven voor de bepaling van de hoogte van de kinderopvangtoeslag.

 

12. Grensarbeiders

Door de maatregelen die het kabinet heeft genomen om de verdere verspreiding van het coronavirus tegen te gaan zijn de werktijden en de plaats van werken voor veel mensen tijdelijk anders. Veel mensen werken vanwege de coronacrisis tijdelijk thuis. Dat kan in een ander land zijn dan waar normaal gesproken wordt gewerkt. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) heeft aangegeven dat dit voorlopig geen gevolgen heeft voor de sociale verzekering voor iemand die normaal over de grens woont of werkt in de Europese Unie (EU), de Europese Economische Ruimte (EER) of Zwitserland. Men hoeft hiervoor verder niets te regelen.

 

13. DUO studenten en terugbetalers

De volgende al bestaande wettelijke mogelijkheden voor studenten zijn:

een student die nog niet maximaal leent, kan (tijdelijk) zijn lening verhogen. Dit kan met terugwerkende kracht tot de start van dit studiejaar.

een kan wellicht een aanvullende beurs aanvragen. De aanvullende beurs hangt af van het inkomen van de ouders. Aanvragen kan met terugwerkende kracht tot de start van het studiejaar.

een student die al een aanvullende beurs ontvangt en van wie het inkomen van de ouders in 2020 daalt kunnen peiljaarverlegging toepassen. Ouders moeten dan peiljaarverlegging naar 2020. Dit kan in een hogere aanvullende beurs resulteren.

studenten aan het hoger onderwijs (hbo of universiteit) kunnen extra lenen voor het collegegeld: het collegegeldkrediet.

 

De volgende al bestaande wettelijke mogelijkheden voor terugbetalers zijn:

Als een oud-student in de problemen komt met het aflossen van zijn studieschuld, kan hij een aflosvrije periode aanvragen, wat voor maximaal vijf jaar gedurende de terugbetaalperiode mogelijk is. Als deze periode al is gebruikt of als de oud-student al een betalingsregeling heeft afgesloten, zal DUO coulant omgaan met de situatie.

Als het inkomen van een oud-student daalt in 2020 kan hij peiljaarverlegging naar 2020 aanvragen. Het maandelijks aflossingsbedrag wordt dan misschien lager of zelfs nihil.